Witte boog

Zekerder op de been met valpreventie: “Ik kan mijn man weer bijhouden”

Steviger op je benen staan, meer balans voelen en weer met vertrouwen lopen. Dat is wat een valpreventiecursus kan opleveren. In de gemeente Oldambt kunnen inwoners deelnemen aan zo’n programma. Geriatriefysiotherapeut Wessel Koolman, van Beweegcentrum Noord en deelnemer Ria Brouwer (78) vertellen wat de cursus inhoudt en wat het deelnemers oplevert.

“Ik was bang om te vallen”

Ria Brouwer woont sinds 2017 in Winschoten. Ze is allesbehalve iemand die stilzit. “Ik heb jarenlang als vertegenwoordigster gewerkt en ik schilder nog steeds graag,” vertelt ze. Thuis is ze druk met van alles: “Mijn man heeft Parkinson, dus ik zorg veel voor hem. Hij gaat bijvoorbeeld naar Parkinsondansen. Daarnaast hebben we een hond met epilepsie en soms ook een logeerpup in huis. Er is altijd wel wat te doen.”

Toch merkte Ria dat lopen moeilijker werd. “Ik heb artrose en neuropathie in mijn voeten, daardoor voel je je voeten minder goed. Ik werd onzeker en was bang om te vallen. Zelfs een klein stukje lopen durfde ik soms niet.”

Via gezondheidscoach Jari Tolner hoorde ze over valpreventie. “Hij stelde voor om een valpreventiecursus te doen. Zo kwam ik bij Wessel terecht.”

Eerst een valrisicotest

Volgens fysiotherapeut Wessel Koolman begint deelname altijd met een valrisicotest.
“Daarmee kijken we hoe groot de kans is dat iemand valt. We vragen bijvoorbeeld of iemand al eens gevallen is en we doen een paar eenvoudige tests, zoals een looptest van vier meter.”

De uitslag bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een cursus. “Als iemand een matig of hoog valrisico heeft, kunnen we starten met een valpreventieprogramma,” legt Koolman uit. “Op de website van Veiligheid.nl staat hoe die test werkt.”

Meer informatie:

Doe de valrisicotest!

Twee verschillende programma’s

In Oldambt worden vooral twee varianten aangeboden: In Balans en Otago.

“Beide programma’s zijn bedoeld voor zelfstandig wonende mensen van ongeveer 65 jaar en ouder die moeite hebben met balans of lopen,” zegt Koolman. “Maar het belangrijkste is niet de leeftijd, maar hoe iemand beweegt en hoe groot het valrisico is.”

Het verschil zit vooral in de intensiteit:

In Balans is voor relatief fitte ouderen met balansproblemen. Dit programma combineert oefeningen met informatie over veilig bewegen en valpreventie.
Otago is meer gericht op kwetsbare ouderen en bestaat vooral uit kracht- en balansoefeningen.

Deze handige keuzehulp is te gebruiken voor de verschillende programma’s.

Hoe ziet een cursus eruit?

Een cursus duurt ongeveer 12 tot 13 weken.

“Bij een valpreventiecursus komen deelnemers één à twee keer per week samen,” vertelt Koolman. “De eerste bijeenkomsten zijn een combinatie van uitleg en oefeningen. Daarna ligt de nadruk vooral op trainen.”

Tijdens de lessen oefenen deelnemers onder andere:

  • spierkracht in de benen
  • balans houden
  • veilig opstaan van de grond
  • lopen en bewegen

“Bij beide cursussen worden ook losmakende oefeningen aangeboden. In een In Balansgroep zitten meestal 10 tot 12 deelnemers,” zegt Koolman. “Bij Otago zijn de groepen kleiner, ongeveer 4 tot 8 personen.”

De oefeningen kunnen altijd worden aangepast aan het niveau van de deelnemers. “Niet iedereen hoeft alles te doen. En je kunt oefeningen lichter of zwaarder maken, bijvoorbeeld met enkelgewichten.”

Geen verwijzing nodig

Aanmelden kan eenvoudig. “Een verwijzing van de huisarts is niet nodig,” zegt Koolman. “Mensen kunnen zich rechtstreeks aanmelden bij een fysiotherapiepraktijk die valpreventie aanbiedt. Daar doen we eerst een intake en de valrisicotest.”

Goed nieuws voor inwoners: de cursus wordt vergoed door de gemeente. “Deelnemers betalen dus niets en krijgen ook een cursusboek mee.”

Meer zelfvertrouwen

Voor Ria heeft de cursus veel verschil gemaakt. “Ik voel me zekerder op mijn benen en ik kan mijn man weer bijhouden tijdens het lopen. Dat is echt fijn.”

Ze merkt ook dat ze weer actiever is geworden. “Ik ga weer gewoon wandelen in de buurt. En thuis doen we soms samen oefeningen of activiteiten, bijvoorbeeld met een balletje gooien of op de roeimachine.”

Ook thuis heeft ze dingen aangepast. “Ik heb meubels verplaatst, zodat we makkelijker kunnen lopen en geen obstakels hebben. Dat helpt ook.”

“Gewoon doen”

Wat zou ze zeggen tegen mensen die twijfelen?

Ria hoeft niet lang na te denken. “Gewoon doen. Je wordt er echt zekerder van. En als de gemeente het vergoedt, waarom zou je het niet proberen?”

Voor haar was het programma niet alleen leerzaam, maar ook leuk. “Je leert nieuwe oefeningen en je merkt dat je vooruitgaat. Dat geeft vertrouwen.”

En dat vertrouwen kan veel betekenen. “Als je weer zeker op je benen staat, durf je ook weer meer te doen.”

Meer informatie over het valpreventieprogramma in de gemeente Oldambt is te vinden op deze pagina.